Wie zijn de lions?

Lionsclub International (LCI)

Meer dan 100 jaar dienstbaarheid aan de gemeenschap.

Lions Clubs International (LCI) is ’s werelds grootste serviceclub en een van de grootste NGO’s ter wereld, met een netwerk van bijna 1,5 miljoen leden in 46.000 clubs in 210 landen.

Lions Clubs International is actief op een breed scala aan sociale terreinen.

We zijn bijzonder alert op slechtziendheid, ondervoeding, milieukwesties, jeugd, vooral de uitroeiing van kanker en mazelen bij kinderen, invaliditeit en diabetes.

Ons doel is om wereldwijd 200 miljoen mensen per jaar te kunnen helpen.

Naast sociale bijstand reageren we op elke natuurramp waarbij onze eerstelijnshulp nuttig kan zijn en wij zetten ons dan ook regelmatig in om mensen te helpen om terug te keren naar een waardig leven door in sommige gevallen te helpen bij de bouw van klinieken, scholen of zelfs huizen. Wij voeren deze interventies uit via onze lokale clubs om zeker te zijn dat onze fondsen een goede bestemming krijgen. Zo besteden we jaarlijks bijna 900 miljoen euro aan subsidies en donaties.

De opdracht van Lions

Een geest van verstandhouding tussen alle volkeren scheppen en bevorderen teneinde humanitaire noden te lenigen door belangloze hulpverlening en tot actieve deelname aan het leven van de gemeenschap en tot internationale samenwerking aanzetten.

Doelstellingen

  • Een geest van VERDRAAGZAAMHEID EN VERSTANDHOUDING onder de wereldbevolking scheppen en ontwikkelen
  • Burgerzin HELPEN BEVORDEREN
  • ACTIEF BIJDRAGEN tot morele, sociale en culturele vooruitgang van de gemeenschap
  • De leden van Lions International VERENIGEN door vriendschapsbanden en onderling begrip
  • De club BESCHOUWEN als een ideaal gespreksforum waar alle thema’s informatief aan bod komen, zonder kans te laten voor sektarisme of vooringenomenheid
  • Met bezieling en onbaatzuchtig dienstvaardig HANDELEN
  • In zowel beroepsleven als het privéleven getuigen van DOELGERICHTHEID, RECHTSCHAPENHEID EN GOEDE TROUW.

Erecode

Ik wil een goede faam opbouwen in mijn beroeps- en privéleven.
Ik wil slagen, maar alleen met loyale, eerlijke middelen.
Ik houd me voor dat ik om te slagen anderen niet hoef te schaden of hen nadeel te berokkenen.
Telkens als de correctheid van mijn houding of mijn handelen in twijfel wordt getrokken, aanvaard ik die twijfel weg te nemen, zelfs ten koste van mijn eigen belangen.
Ik beschouw vriendschap als een doel, niet als een middel.
Ik houd steeds voor ogen dat ik plichten heb tegenover de gemeenschap waartoe ik behoor.
Belangeloos besteed ik daar al mijn materiële, intellectuele en morele mogelijkheden aan.
Ik help in alle omstandigheden mijn gelijken die in nood verkeren.
Ik toon me behoedzaam met kritiek en gul met lof; ik wil opbouwen en niet afbreken.